Nieuwsbericht
15-Apr-2008

Keulen heeft geen probleem met 3 bladzijden foto's in de Vlaamse Brabander


Op 22 februari dienden we klacht in tegen de laatste uitgave van de Vlaamse Brabander, het driemaandelijks tijdschrift van de provincie, omdat we vonden dat er véél te veel foto's van de deputatie in stonden.
Zopas kregen we antwoord van de minister.
Dat vonden we beneden alle peil. Er wordt niet eens iets gezegd over de foto's!
We concluderen eruit dat als er concrete projecten worden toegelicht of er wordt vooruitgeblikt of teruggeblikt, dat daar dan geen beperkingen staan op de foto's. Op die manier holt hij zijn eigen omzendbrief compleet uit.
De enige troost die we hebben, is dat de minister in 2006 in het Vlaams parlement het volgende zei: "We mogen het brede publiek nooit onderschatten. Mensen hebben snel door dat die kritische toon, hetzij op journalistiek vlak, hetzij vanuit de oppositie, niet aanwezig is."
Al wie de Vlaamse Brabander heeft doorbladerd of gelezen, heeft kunnen merken dat er een overdaad aan foto's van de deputatie in stond. Zoiets werkt bij heel velen contraproductief. Maar de deputatie maakt die overweging blijkbaar niet...
Zo'n provinciaal informatieblad kost al gauw jaarlijks 240 000 euro voor 3 nummers, inclusief bedeling. Dat is een pak geld! Als het dan nog een propagandablad voor de deputatie moet worden, schaf het dan maar gauw af!


Antwoord van minister Keulen #

Geacht provincieraadslid,
Hierbij heb ik de eer u ontvangst te melden van uw bovenvermeld schrijven waarbij u klacht neerlegt in verband met de, in rubriek bedoelde, aangelegenheid.
Ik kan u meedelen dat uit het onderzoek van de mij toegestuurde stukken blijkt dat de deputatie zes concrete projecten toelicht en bovendien terug- en vooruitblikt op het provinciaal beleid.
Naar mijn aanvoelen maakt de voormelde publicatie daarmee geen inbreuk op de principes, zoals verwoord in de, door u geciteerde, omzendbrief.
Ter uwer informatie verwijs ik hierbij ook nog naar de algemeen te hanteren gedragsregels bij overheidspublicaties zoals die blijken uit mijn antwoord in het Vlaams Parlement op een vraag van Vlaams Volksvertegenwoordiger Bart Caron,
Een kopie van dit antwoord gaat hierbij.
Ik heb trouwens de deputatie verzocht om terdege kennis te nemen van dit antwoord met het oog op toekomstige publicaties van de provincie .

Hoogachtend

Marino Keulen
Vlaams minister van Binnenlands Bestuur,
Stedenbeleid, Wonen en Inburgering

Tekst van de klacht #

Mijnheer de minister,

Als provincieraadslid, in mijn hoedanigheid van fractieleider voor het Vlaams Belang in de provincieraad, alsook namens alle leden van mijn fractie wens ik klacht neer te leggen tegen de manier waarop de gedeputeerden zichzelf in het zonnetje zetten in de laatste editie van het provinciaal huis-aan-huisblad.

Op blz 10 vonden we een foto van een volledige bladzijde, op p. 9 een van een halve bladzijde, op p. 11 en 12 vinden we nog eens 6 individuele foto’s. Hieronder vindt u een pdf-versie ervan. http://mediatheek.vlaamsbrabant.be/upload/objects/provinciebestuur/de_vlaamse_brabander/vlaamse%20brabander%2023.pdf

Dat vinden wij echt van het goede te veel. Mijn collega Marleen Fannes stelde daarover een mondelinge vraag op dinsdag 19/2, waarop gedeputeerde Olbrechts antwoordde dat het normaal was dat de gedeputeerden afgebeeld waren, aangezien zij het aangezicht van de provincie vormen en ook de verantwoordelijkheid dragen. Met dat soort antwoorden kun je evengoed een foto op elk blad goedpraten. Ook de teksten zijn één lofzang op hun verwezenlijkingen en plannen.

We menen dat deze praktijk – die intussen al lang niet meer gangbaar is in gemeentelijke overheidsbladen – volkomen indruist tegen de letter en de geest van de omzendbrief van 3 februari 2006.

Daarom verzoeken wij U dan ook onze klacht te willen onderzoeken en we vragen een terechtwijzing van de deputatie.

Met de meeste hoogachting.

Jan Laeremans


#Vraag om uitleg van de heer Bart Caron tot de heer Marino Keulen, Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering, over de draagwijdte en interpretatie van omzendbrief BA 2006/02 betreffende beslissingen tijdens het jaar van de provincieraads-, gemeenteraads- en districtraadsverkiezingen

De voorzitter: De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron: Mijnheer de voorzitter, mijn vraag om uitleg betreft het informatiebeleid van steden en gemeenten en de verhouding tussen informatie en politieke propaganda.

Dit is een delicaat punt. In deze periode van het jaar worden heel wat beleidsplannen beschreven. Ik heb dit in verschillende steden en gemeenten gecontroleerd. Vaak wordt hierover met de burger gecommuniceerd. Op zich is communicatie met de burger uiteraard een goede zaak. De vele beleidsplannen worden via websites en gemeentelijke infobladen aan de bevolking bekendgemaakt. Het is een goede zaak dat onze burgers op de hoogte worden gehouden van wat het bestuur in hun stad of hun gemeente beoogt. De burgers mogen weten welke plannen de meerderheid nog voor ogen heeft.

Afhankelijk van de eigen positie in de lokale politiek verschilt de perceptie van dergelijk informatiebeleid blijkbaar vaak. (Opmerkingen)

Ik wil even naar het verleden reminisceren. Ik heb ooit deel uitgemaakt van een organisatie die de belangen van de steden en de gemeenten verdedigt. Ik heb het begin van het informatiebeleid meegemaakt. Ik heb steun verleend aan de gemeentelijke informatieambtenaren in deze werkgroepen of, beter gezegd, zelfhulpgroepen om een informatiebeleid te ontwikkelen. Ik blijf er immers bij dat lokale besturen de bevolking zo goed mogelijk moeten informeren.

Ik vind echter dat de grens tussen informatie en promotie voor de meerderheid duidelijk zeer dun is. (Opmerkingen van de heren Kris Van Dijck en Jan Verfaillie)

Het gaat hier om fair play. De vraag is in welke mate in tegenspraak moet worden voorzien en in welke mate andere visies aan bod moeten komen. Ik verwijs in dit verband naar de omzendbrief die de minister in 2006 naar aanleiding van de gemeente-, provincie- en districtsraadsverkiezingen heeft verzonden. In deze omzendbrief vraagt de minister de verschillende betrokken overheden – en ik citeer: “de nodige kiesheid aan de dag te leggen. Deze informatiekanalen hebben namelijk tot doel de bevolking op een neutrale en objectieve wijze te informeren over de organisatie en de werking van de diensten en over de gemeentelijke en provinciale activiteiten. Het zijn officiële publicaties van de overheid en niet van de zittende meerderheid. Het gemeentelijk of provinciaal infoblad of enige andere publicatie verspreid met financiële of andere middelen van de gemeente of de provincie kan dan ook niet politiek gekleurd zijn. Een verstandig bestuur legt zichzelf ter zake uit eigen beweging strenge regels op.”

Mijnheer de minister, ik probeer mijn vragen zo ongekleurd mogelijk te stellen. Wat is de draagwijdte van de omzendbrief? Geldt de omzendbrief ook buiten de periodes die de aanloop naar de gemeente-, provincie- of districtsraadsverkiezingen vormen? Heeft de omzendbrief verordenende kracht? Kunt u de steden en gemeenten die zich niet aan de regels houden op de vingers tikken? Betreft het hier gewoon een richtlijn waar de betrokken overheden zich bij voorkeur aan zouden moeten houden? In dat geval zou het om niets meer dan een soort aanbeveling gaan. Mag een meerderheid meer dan de helft van een stadskrant gebruiken om het eigen beleid voor te stellen zonder de oppositie enig weerwoord te bieden? Is het normaal dat een burgemeester zich in het eigen informatieblad uitgebreid laat interviewen?

De voorzitter: De heer Verfaillie heeft het woord.

De heer Jan Verfaillie: Mijnheer de voorzitter, ik dank de heer Caron voor zijn vraag om uitleg. Hij heeft me op ideeën gebracht. (Gelach)

De voorzitter: De heer Van Dijck heeft het woord.

De heer Kris Van Dijck: Mijnheer de voorzitter, ik ben nog nooit in mijn eigen gemeentelijk informatieblad geïnterviewd.

Ik heb begrip voor de vragen van de heer Caron. Ik stel me evenwel de vraag in welke mate er problemen rijzen. Mij lijkt het evident dat in een gemeentelijk infoblad wordt meegedeeld wat er is beslist. In mijn gemeente verloopt die communicatie sec en objectief. De teksten vermelden niet of een plan unaniem of enkel door de meerderheid is goedgekeurd. Het is evident dat al die beslissingen minstens door de meerderheid zijn genomen.

Het lijkt me nodig een zekere kiesheid aan de dag te leggen. Ik vind dit evenwel een punt dat binnen een gemeentebestuur zelf moet worden besproken. Jaren geleden, bij de oprichting van het gemeentelijk infoblad in mijn eigen gemeente, is de vraag gesteld een redactiecomité op te richten. Na een korte testperiode is besloten dat de redactie van een gemeentelijk infoblad tot de functies van de ambtenaren behoort. Het mag en moet minder politiek gekleurd zijn. Bij mijn weten zijn er hiermee weinig problemen. Het is natuurlijk mogelijk dat de minister andere indicaties heeft gekregen.

De voorzitter: Minister Keulen heeft het woord.

Minister Marino Keulen: Mijnheer de voorzitter, veel aanwezigen hebben ervaring met de lokale politiek. Ik heb hier heel wat blikken van begrip, erkenning en herkenning gezien, en sommigen hebben zelfs nieuwe ideeën opgedaan.

Ik ben zelf al twintig jaar als verkozen mandataris actief op het lokale vlak. Ik ben mijn politieke carrière als woordvoerder op een kabinet begonnen. We mogen nooit vergeten dat het brede publiek niet-tegensprekelijke informatie snel onder de noemer reclame klasseert. De bevolking gaat er dan bijvoorbeeld van uit dat wij via dat infoblad onze meerderheid kopen. We mogen het brede publiek nooit onderschatten. Mensen hebben snel door dat die kritische toon, hetzij op journalistiek vlak, hetzij vanuit de oppositie, niet aanwezig is. Zij kunnen vrij goed het kaf van het koren scheiden. Mensen kunnen het onderscheid maken tussen iemand die wordt ondervraagd door een journalist, hetzij de lokale correspondent van de krant in de gemeente, hetzij de medewerker van de regionale televisie, hetzij beroepsjournalisten op het nationale niveau enerzijds, en iemand die reclame koopt binnen de weekkrant of de schepen die het woord vooraf mag schrijven in het gemeentelijke infoblad anderzijds. Mensen maken dat onderscheid heel correct, zelfs al hebben ze geen journalistieke achtergrond en zijn ze niet vertrouwd met de wetmatigheden van de mediamaatschappij.

Mijnheer Caron, de omzendbrief waarnaar u verwijst, heeft betrekking op “Beslissingen tijdens het jaar van de provincieraads-, gemeenteraads- en districtraadsverkiezingen”. Die brief is dan ook gemaakt in functie van de verkiezingsperiode. Daarbij heb ik duidelijk de aandacht willen vestigen op de noodzaak om, als algemene regel van behoorlijk bestuur, in dat jaar de nodige voorzichtigheid in acht te nemen.

Met deze richtlijn doe ik uiteraard geen afbreuk aan het feit dat de besturen, ook buiten electorale periodes, eenzelfde aandacht moeten besteden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Trouwens, in de omzendbrief wordt ook expliciet verwezen naar de periodes waarin geen verkiezingen plaatshebben. Het neutraliteits- en voorzichtigheidsprincipe is altijd van toepassing. Men kan dus tijdens een verkiezingsjaar geen overzicht opnemen in het gemeentelijke infoblad van alle investeringen die zijn gebeurd inzake culturele infrastructuur, sportinfrastructuur, verkeersveiligheid, rioleringswerken, enzovoort. In het verleden gebeurde dat vaak, maar daar dienen de verkiezingsfolders voor en niet de gemeentelijke infobladen.

Het is belangrijk dat de omzendbrief een duidelijk signaal geeft dat de gemeenschapsgelden correct moeten worden gebruikt. Dat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de besturen zelf. Het komt bijgevolg in eerste orde aan henzelf toe om in te grijpen tegen mogelijke misbruiken. Uiteraard kan, in geval van ernstige klachten, ook een beroep worden gedaan op het bestuurlijk toezicht. Als de gouverneur of ikzelf een klacht ontvangen, wordt die onderzocht en kunnen eventueel maatregelen worden genomen, in voorkomend geval zelfs door bijvoorbeeld de uitgaven die voor particuliere doeleinden gebruikt zijn, waaronder ook politieke propaganda, uit de rekeningen te verwerpen. De kosten voor de uitgifte van het gemeentelijke infoblad voor de maand juni, voorafgaand aan de verkiezingsmaand oktober, worden niet betaald door de gemeente, maar wel door diegenen die de redactie voor hun rekening hebben genomen, meer bepaald het uittredend college van burgemeester en schepenen.

Het is mijns inziens niet verkeerd dat het bestuur via het gemeentelijke infoblad de bevolking informeert over het beleid dat de gemeente voert. Veel hangt daarbij af van de wijze waarop de informatie wordt verstrekt, en niet zozeer van het aantal bladzijden dat aan die informatie wordt besteed. De essentie is dat dit op een neutrale en objectieve wijze gebeurt. Het voorzichtigheids- en neutraliteitsprincipe moet daarbij voor ogen worden gehouden. Het gaat om officiële publicaties van de overheid en niet van een zittende meerderheid, zodat het organiseren van antwoorden of wederwoorden van de oppositie zelfs niet aan de orde is.

Het infoblad mag geen politiek blad zijn. Het is dus niet de bedoeling dat meerderheid en oppositie een aantal bladzijden van dat infoblad vullen. Dan wordt dat blad een politiek blad en gaat het effect van een infoblad verloren. Een infoblad mag geen politiek blad zijn. Gemeentelijke infobladen hebben tot doel de bevolking op een neutrale en objectieve wijze te informeren over de organisatie en de werking van de diensten en over de gemeentelijke of provinciale activiteiten. Een verstandig bestuur legt zichzelf uit eigen beweging strenge regels op. Enkel dan kan een onafhankelijke redactionele bijdrage gewaarborgd zijn. Bij officiële overheidsinformatie moet elke schijn van partijdigheid worden geweerd.

Die principes moeten altijd aan de oppervlakte liggen. We mogen het publiek trouwens niet onderschatten. Dat kan heel duidelijk het verschil maken tussen politieke propaganda enerzijds en zakelijke gemeentelijke informatie anderzijds.

De voorzitter: De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron: Mijnheer de minister, het gaat hier uiteraard over deontologie. Een bestuurder moet zichzelf een soort ethiek opleggen en de infokanalen neutraal en objectief gebruiken. Ik heb echter geen duidelijk antwoord gekregen op mijn vraag of een burgemeester geïnterviewd kan worden in het eigen informatieblad.

Minister Marino Keulen: Op zich kan ik dat niet uitsluiten. Stel dat de gemeente Lanaken een eigen voorpost van de brandweer wil organiseren, dan moet het kunnen dat de burgemeester daar tekst en uitleg bij geeft. Dat moet wel op een zakelijke manier gebeuren. Daarbij moet ook het zorgvuldigheidsprincipe worden gehanteerd. Zo kan het niet dat de burgemeester bij elke publicatie over elke nieuwe zaak wordt geïnterviewd. Een zetelend burgemeester kan daar best niet mee overdrijven. Het mag dus niet systematisch gebeuren en moet beperkt blijven tot het zakelijk informeren van de lezer.

De voorzitter: De heer Maes heeft het woord.

De heer Jacky Maes: Het hangt er ook van af wie die vraag stelt en waar die vraag wordt gesteld. Als de heer Verfaillie op een bepaald moment een idee heeft, dan verwacht ik dat ook in het infoblad van Veurne. Als hetzelfde gebeurt in Bredene, dan zal diezelfde CD&V wellicht een klacht indienen bij de minister.

De heer Jan Verfaillie: Ons gemeentelijk informatieblad geeft de gemeentelijke beslissingen weer, maar bijvoorbeeld niet wie voor en wie tegen stemde. Verder vinden we daarin de activiteitenkalender van de verenigingen, foto’s van gouden bruiloften en vieringen bij het stadsbestuur. Ik heb nog nooit, met uitzondering van het januarinummer waarin ik iedereen een voorspoedig en gezond Nieuwjaar wens, persoonlijk het woord gevoerd in ons gemeentelijk infoblad.

De voorzitter: Het incident is gesloten.