Nieuwsbericht
30-Apr-2009

VLD'er Vanderstraeten naar LDD


Jo Vanderstraeten, provincieraadslid van Open VLD en schepen in Merchtem, liep zopas over naar LDD. Niet meteen een verrassing, want hij was een buitenbeentje in de VLD-fractie, kwam regelmatig tussen in de debatten en uitte zich regelmatig wat rechtser en Vlaamser dan zijn blauwe collega's.
Al maandenlang was hij aan het twijfelen over deze overstap, want hij wist maar al te goed dat men zijn schepenbevoegdheden dan zou afnemen.
In de wandelgangen had hij regelmatig kritiek op de partijfinanciering via de provincie en stelde hij dat al het geld naar de fractie moest gaan en niet naar de nationale partijkas. Maar als voorzitter van de vzw van de Open VLD die de gelden moest beheren, had hij minstens evenveel boter op het hoofd.

Een korte terugblik op die provinciale dotatie. Eind 2000 werd door de traditionele regeringspartijen beslist om zichzelf extra te bedienen via de provincies. Die subsidies moesten verviervoudigen  (Bij ons van 4,5 miljoen frank naar 17 miljoen frank). Uiteraard hebben wij ons daar toen fel tegen verzet.
Maar we wilden natuurlijk ook met gelijke wapens strijden, en uiteraard hebben wij ook jaar na jaar die subsidie aangevraagd.
Met die belastinggelden (op basis van de verkiezingsuitslag) hebben wij o.m. onze regionale secretariaten betaald, ons verkiezingsdrukwerk en onze lokale bladen, waarin zeer vaak nieuws uit de provincieraad werd opgenomen. We investeerden ook in een netwerk van websites, een projector, een martktparasol enz. Uiteraard is er ook een deel voorbehouden voor de fractiewerking en onze provinciale nieuwsbrief.
Al die uitgaven moeten jaarlijks worden opgelijst volgens de boekhoudkundige regels, anders zou de provincie (terecht!) niets meer uitbetalen.

Wat ons betreft is er dus niets "illegaals" aan de hand, en LDD heeft wellicht geen poot om op te staan, tenzij er in de interne financiële keuken van Open VLD vanalle rare dingen zouden zijn bekokstoofd.

Voor ons mag het hele systeem van partijfinanciering worden herbekeken. Het zou logischer zijn om de provinciale dotaties te beperken tot de noden van de fracties, en dan kan men wellicht toekomen met een derde van het huidige bedrage. In elk geval moet voor iedereen een doorzichtig systeem worden afgesproken, waarbij partijen misschien opnieuw meer fondsen kunnen gaan werven bij de kiezers.


Berekeningswijze van de subsidies
12300 euro per fractie, 6600 euro per verkozene en 0,25 per geldige stem bij de provincieraadsverkiezingen in 2006
Voor onze partij betekent dat dus jaarlijks 142661 euro

Tussenkomst bij voorstel 145 partijfinanciering 18/12/01 #

Geachte collega’s

Gedeputeerde Swinnen zal tevreden zijn. Hij heeft geëist dat dit reglement nog voor het einde van dit jaar zou gestemd worden, en dat gebeurt dus ook. Zo zal hij ongetwijfeld goede punten krijgen van zijn opdrachtgever, Patrick Janssens, aan wie hij een prachtig kerstcadeautje kan aanbieden.

Bij de begrotingsbespreking hebben we ons al fel gekeerd tegen de verhoging van dit budget van 4.5 naar 17 miljoen frank op basis van de informatie uit de andere provincies, en nu het reglement voorligt, voelen we ons alleen maar gesterkt in ons verzet.

Eerst en vooral over de grootte van het bedrag:
Nergens wordt terdege gemotiveerd waarom het budget zonodig moest worden verviervoudigd.
Er staan wel fraaie woorden in als “de noodzakelijke herwaardering van het mandaat van provincieraadslid”, maar nooit is er een evaluatie gebeurd van de huidige subsidies, laat staan dat men zou hebben vastgesteld dat de fracties geld te kort kwamen om hun taak naar behoren te kunnen uitvoeren.
Op de bureauvergadering van vorige week heb ik expliciet de vraag gesteld aan de fractievoorzitters van de meerderheid of zij al dan niet deze subsidies in 2003 zullen verhoogd worden naar 34 miljoen, zoals de provincies Antwerpen en Oost-Vlaanderen dat reeds aankondigden.
Maar geen van alles wilden zij daar een uitspraak over doen. “Dat zien we nog wel”, klonk het. Geen erg dappere houding, als u het mij vraagt. Ze hopen natuurlijk dat de kiezer er minder moeite mee heeft als het in twee stappen wordt verhoogd, en hopen op een kort geheugen.
Maar dat dit hun bedoeling wel degelijk is, staat als een paal boven water. Er wordt immers eenvormigheid nagestreefd in de Vlaamse provincies, en dat zal natuurlijk een kleine afronding naar boven zijn tegen volgend jaar.
Voor alle duidelijk wil ik er wel aan toevoegen dat we niet a priori tegen een verhoging van de subsidies aan de fracties zijn, en dat wij ons voor het grootste deel kunnen vinden in het tegenvoorstel dat Herman Van Autgaerden op papier heeft gezet. Die is immers vertrokken van de mogelijke noden van de fracties, zoals het aanwerven van een medewerker en het huren van een fractiesecretariaat, en niet van de noden van de nationale partijvoorzitters.
De partijen krijgen al vele honderden miljoenen vanuit het federale en het Vlaamse parlement, en het is beslist geen kerntaak van de provincies om als melkkoe voor de nationale partijkassen te dienen.

Als we dan gaan kijken naar de mogelijke besteding van de vele miljoenen, dan zien we dat de partijen bijna volledig vrij gelaten worden.
De meerderheid heeft vorige week wel een kleine geste gedaan, en op aandringen van de oppositie paragraaf 5 ingevoegd waarin staat dat de dotatie dient te beantwoorden aan de wet van 1983 betreffende de controle op de toekenning en de aanwending van de toelagen. Het zou er nog aan mankeren dat er helemaal geen controle mogelijk zou zijn.

Maar voorts kunnen de fracties de gelden zonder probleem doorsluizen naar nationaal.
En om zich een beetje in te dekken staat er een compleet overbodig artikel 5 dat bepaalt dat elke fractie afstand kan doen van deze dotatie. Iedereen weet dat dit natuurlijk nooit zal gebeuren, omdat de partijen met gelijke wapens willen strijden bij de volgende verkiezingen, en wie ze toch om principiële reden niet zou willen, die dient gewoon geen aanvraag in.

Dan komen we bij de uitsluitingscriteria in artikel 6.

Eerst en vooral kan de bestendige deputatie klakkeloos een sanctionering door de Raad van State valideren. Dit gelet op het feit dat de Raad van State in deze materie uitsprak dient te doen in een tweetalige kamer, terwijl het hier over een bestuurlijke materie gaat binnen het homogeen Nederlandstalige taalgebied, een element dat bij een eventuele bezwaarprocedure wel eens zou kunnen ingeroepen worden om de nietigverklaring van deze bepaling te bekomen. Daarenboven stelt zich hier nog een fundamenteel juridisch probleem. Men verwijst immers uitdrukkelijk naar de wet van 4 juli 1989 over de federale dotatie, maar dit specifieke subsidiereglement is niet federaal, wél provinciaal. Een juridisch sluitend reglement zou moeten voorzien in een provinciale procedure. En dit naar analogie met het feit dat wanneer een provinciale ambtenaar bijvoorbeeld veroordeeld wordt door een correctionele rechtbank, men dan de facto voorziet in een provinciale tuchtprocedure. In dit reglement negeert men dit, en volgens mij kan dit niet.

Het tweede uitsluitingscriterium is – zoals iedereen wel weet – ingevoerd om het Vlaams Blok te pakken.

Als men de bepaling goed leest, gaat men toch wel zeer ver. Niet alleen de partijen of haar gekozenen, maar zelfs de kandidaten worden geviseerd.Op deze manier zou elke fractie in deze raad verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor uitspraken of daden van kandidaten die uiteindelijk niet verkozen werden. Nochtans is een veroordeling omwille van een overtreding op de wet van 30 juli 1981 of de wet van 23 maart 1995 een persoonlijke veroordeling, omwille van daden of uitspraken die door de persoon in kwestie werden verricht of geuit. Het is onmogelijk juridisch hard te maken om daar een politieke fractie mee verantwoordelijk voor te stellen.... Het Arbitragehof heeft op 7 februari van dit jaar trouwens een uitspraak gedaan waarin dit standpunt wordt bevestigd en waarin wordt gepleit dat dit soort zaken met de meeste terughoudendheid wordt behandeld. Ik citeer uit het arrest van het Arbitragehof :" ...dat een partij niet mag beroofd worden van haar dotatie wanneer zij de persoon die blik heeft gegeven van de bedoelde vijandigheid tegenover het EVRM openlijk en duidelijk heeft afgekeurd ' Dit is in manifeste tegenspraak met de gewraakte bepaling in het vandaag ter stemming voorliggende reglement.

Ten slotte moet de vraag worden gesteld waarom men in dit reglement uitdrukkelijk verwijst naar en wetten hanteert waarvoor in Vlaanderen nog geen enkele partij of verkozene werden veroordeeld. Waarom deze wetten selectief opnemen ?

Collega’s, ik kom tot mijn besluit.

Wij zullen met overtuiging tegen dit reglement afkeuren omdat het een diktat is van de partijvoorzitters, omdat het niet uitgaat van de behoeften van deze provincieraad, omdat het op een kinderachtige manier probeert het Vlaams Blok te viseren, en omdat zo’n zelfbedieningspolitiek absoluut niet te verkopen is aan de bevolking, die zich zal afvragen of de sedert 2001 met 500 frank per inwoner gestegen provinciebelasting daarvoor moet dienen.

Jan Laeremans