Nieuwsbericht
06-Dec-2006

Verfransing Rand: VUB-onderzoek hoogst onwetenschappelijk


Het Vlaams Belang heeft kennis genomen van de studie van de VUB-vorsers Fanny Wille en Kris Deschouwer, zoals die op 24 november verscheen in het tijdschrift “Samenleving en Politiek”.

Bij deze onderzoeksresultaten dienen de grootst mogelijke vraagtekens geplaatst worden. Beide wetenschappers hebben vanuit een ivoren toren wat cijfertjes op een rij gezet, zonder rekening te houden met de specifieke evoluties in de Rand. Ook bij de cijfers zelf dienen heel wat vraagtekens geplaatst te worden.

Anderzijds bevat de nota vanzelfsprekend ook een aantal waarheden en evidenties. De mengeling van waarheden met onwaarheden en wensdromen leidt tot een hoogst onwetenschappelijk eindproduct.

1. “De gemeenteraadsverkiezingen zijn de perfecte graadmeter voor de electorale verfransing” (Kris Deschouwer in De Standaard, 24 november)

In de studie wordt erkend dat een groter aantal kiezers bij de verkiezingen voor Kamer, Senaat en Europees Parlement voor de Franstalige lijsten stemmen dan bij andere verkiezingen, maar dit zou te maken hebben met het feit dat bij deze verkiezingen “het hele ideologische palet” van de Franstalige partijen wordt aangeboden. Bij gemeenteraadsverkiezingen krijgen we aan Franstalige kant te maken met taaletnische lijsten (meestal onder de naam Union Francophone – UF). Pas op dat moment is duidelijk wie echt mobiliseerbaar is als Franstalige kiezer. Zij zijn de “harde kern van de electorale Franstaligheid”.

Onze reactie:

Die “harde kern” is natuurlijk alleen maar te meten in die gemeenten waar de Franstalige partijen daadwerkelijk lokale vertegenwoordigers hebben. In o.a. de gemeenten Machelen, Meise, Merchtem, Asse en Halle woont een belangrijke en onmiskenbaar groeiende groep Franstaligen, maar de versterking van de zogenaamde “harde kern” kan men hier dus niet onderzoeken, omwille van het (eerder toevallige) gebrek aan lokale lijsten en politici.

Dit gebrek aan lokale verankering zorgt ervoor dat in bepaalde kantons veel grotere verschillen bestaan tussen de Franstalige scores bij de Vlaamse en bijvoorbeeld de Europese verkiezingen dan in andere kantons. Voor de Vlaamse verkiezingen van 2004 behaalde de UF-lijst in de kantons Vilvoorde, Asse en Lennik respectievelijk 5,1%, 4,1% en 1,6% van de stemmen, terwijl dit voor de Europese verkiezingen (op diezelfde dag!) een veelvoud werd: 15,3%, 10,9% en 6,1%. Dit verschil is verhoudingsgewijs heel wat kleiner in de kantons Meise (9,5 versus 17,1%), Zaventem (25,6 versus 38,7%) en Halle (19,5 versus 30,1%) en dat heeft niet alleen te maken met de aanwezigheid van faciliteitengemeenten in die kantons.

De evolutie van de Franstalige scores bij de federale en Europese verkiezingen (in de unitaire kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde) is bijgevolg wel degelijk relevant om te onderzoeken of we van een toenemende verfransing kunnen spreken. Welnu, deze scores gaan onmiskenbaar in stijgende lijn (zie tabel II). Tussen 1995 en 2003 stijgen de Franstalige partijen in Halle-Vilvoorde van 17,6 naar 19,1% voor de Kamer en van 17,3 naar 20,0% voor de Senaat. Voor Europa zien we een evolutie van 19,2% in 1994 over 19,5% in 1999 naar 20,4% in 2004. Ook al gaat de vooruitgang niet met grote sprongen, we kunnen onmogelijk spreken van een ‘status quo’ of van ‘schommelingen’.

2. “Uitslagen UF voor Vlaams Parlement en voor provincie schommelen

Volgens Deschouwer en Wille vertonen de uitslagen van de Franstalige eenheidslijst Union des Francophones (UF) voor het Vlaams Parlement en de provincie Vlaams-Brabant een schommelende beweging. Dit moet de op- en neergaande beweging van de uitslagen voor de gemeenteraden (zie verder) bevestigen. In de studie wordt dit geïllustreerd door de daling van de UF-lijst bij de verkiezingen voor het Vlaams Parlement van 1999 van 11,9 naar 9,6%. Het is inderdaad zo dat die partij toen opvallend daalde van 40.041 naar 33.454 stemmen (zie tabel I). Maar die daling is volledig te verklaring door de openstelling van de Agalev-lijst voor enkele Ecolo-kandidaten op dat moment. Deze voerden toen in de faciliteitengemeenten intensief campagne voor de Agalev-lijst. Zoals iedereen zich nog herinnerde, behaalden de groenen na de dioxinecrisis een monsterscore, waarna de poort open stond voor paarsgroen. Dit is de enige reden waarom de UF-score plots, en heel tijdelijk, sterk afnam. Het is onbegrijpelijk dat Deschouwer dit aspect in zijn studie niet mee in rekening neemt.

Later verminderde de aanwezigheid van Franstaligen op de groene lijst. Bij de provincieraadsverkiezingen van 2000 was er nog wel een Wemmelaar die zich profileerde als tweetalig. Anderzijds figureerden er geen Ecolo-kandidaten op de UF-lijst (ook niet in 2006). Dit is één van de redenen waarom de Franstalige resultaten steevast een heel stuk lager liggen bij de gewestverkiezingen dan het gezamenlijk Franstalig resultaat bij de federale of Europese verkiezingen.

Het beeld is in werkelijkheid dus veel minder schommelend dan Deschouwer wil doen geloven. Deze mythe wordt overigens helemaal doorprikt door de jongste provinciale verkiezingsuitslag van 8 oktober jl. (zie tabel I), waar het UF in de districten van Halle-Vilvoorde een sprong maakte van 43.291 stemmen of 12,1% in 2000 naar 50.561 stemmen of 13,6%. Vergeleken met de uitslag van 13 juni 2004 (40.283 stemmen) mogen we zelfs spreken van een toename van de Franstalige kiezers “harde kern” met een kwart!

Deschouwer stelt dat de “kleine stijging” van de Franstalige stemmen in Halle-Vilvoorde in 2006 helemaal op de rekening komt van de faciliteitengemeenten. Dit is aantoonbaar onjuist. Bij de provincieraadsverkiezingen doet de stijging zich immers voor in alle kantons, ook in deze zonder faciliteitengemeenten. En in de kantons mét faciliteitengemeenten doet de stijging zich eveneens voor in eentalige gemeenten (zie verder).

3. Faciliteitengemeenten: “Franstalige lijsten halen 75%” (De Morgen, 23 november; De Standaard, 24 november)

Beide kranten stellen het ongenuanceerder voor dan de nota. In de nota wordt er immers ook gesproken van de aanwezigheid van tweetalige lijsten, die gemakshalve worden opgeteld bij de Franstalige. Maar de begrippen worden door mekaar gehaald, zodat de indruk wordt gewekt dat drie kwart van de verkozenen Franstalig is. De werkelijkheid is anders. Zowel in Wemmel als Drogenbos zijn de burgemeesterslijsten tweetalig en werden op die lijsten heel wat Nederlandstaligen verkozen. Het gaat om een kleine helft van de 20 “tweetalige” verkozenen.

Wel is het zo dat er in deze gemeenten een toenemende polarisatie bezig is en dat de tweetalige lijsten wegsmelten ten voordele van de eentalige (zie tabel III). De eentalig Franstalige lijsten gaan met het gros van de 16 verloren zetels lopen (zes zetels in Drogenbos, zes in Wemmel en twee in Wezembeek-Oppem; in die laatste gemeente gaan er tevens twee zetels naar de Vlaamse lijst.)

Het globale resultaat voor “de zes” is dat de Vlaamse lijsten 26,1% van de stemmen behalen (en dus geen 24,2%, zoals Deschouwer verkeerdelijk beweert), de tweetalige lijsten 14,6% en de Franstalige 59,3%.

Dat er globaal een versterking is van de eentalig Franstalige lijsten, valt dus niet te ontkennen. Maar de situatie is er veel complexer dan Deschouwer ze voorstelt. De kleine Vlaamse vooruitgang in Kraainem is overigens niet het gevolg van een versterkte Vlaamse aanwezigheid, maar is het resultaat van een intensieve bewerking van de EU-kiezers.

4. “Vlaamse gemeenten: geen vooruitgang van de Franstaligen”

Deschouwer stelt formeel dat er buiten de faciliteitengemeenten geen toename van het aantal Franstalige stemmen te bespeuren valt. Het globaal stemmenpercentage voor Franstalige en tweetalige lijsten zou variëren tussen 14,7% (cijfer van 1976) van de stemmen en 13,0% (cijfer van 1982). Wij komen tot heel andere bevindingen.

In tabel IV geven we een overzicht van de uitslagen uit 2000 en 2006 voor acht eentalige gemeenten waar Franstalige lijsten opkomen en waar kan vergeleken worden met eerdere verkiezingen: Beersel, Dilbeek, Grimbergen, Hoeilaart, Sint-Pieters-Leeuw, Tervuren, Vilvoorde en Zaventem. Overijse laten we even buiten beschouwing wegens de zeer specifieke situatie daar. In de plaats van Overijse hebben we Tervuren genomen uit het arrondissement Leuven. Deze gemeente is vergelijkbaar qua grootte en heeft een kleiner aantal Franstalige verkozenen.

In al deze gemeenten gaan de Franstaligen er bij de jongste verkiezingen duidelijk op vooruit. Dit drukt zich niet steeds uit in zetelwinst (door het grillige kiessysteem verliest UF zowel in Dilbeek als in Beersel een zetel), maar wel in een stijging van het aantal stemmen en het percentage. Globaal is er in deze acht gemeenten op zes jaar tijd een vooruitgang vast te stellen met 4226 stemmen, hetgeen resulteert in een stijging van 14,8 naar 17% (+ 2,2%). Er is hier dus helemaal geen sprake van een stagnatie. Bovendien liggen deze cijfers heel wat hoger dan de percentages waarvan Deschouwer spreekt.

Wanneer we gaan vergelijken met de verkiezingen van 1976 (tabel V), dan is het beeld wat meer divers. In Dilbeek en Grimbergen waren de percentages in 1976 gelijkaardig aan deze van vandaag, in Vilvoorde en Tervuren ligt de electorale verfransingsgraad vandaag resp. 1,1 en 2,6% hoger dan toen. In Sint-Pieters-Leeuw en Zaventem ligt het aantal Franstalige stemmen nu ruim 5% hoger dan 30 jaar geleden. In Hoeilaart kan moeilijk een vergelijking gemaakt worden, omdat de Franstaligen in 1976 op een tweetalige liberale lijst stonden.

Maar de vergelijking met 1976 gaat om velerlei redenen niet op. In dat jaar werden de eerste fusieverkiezingen gehouden en die werden door de Franstaligen (terecht) beschouwd als een operatie om de Vlaamse krachten te bundelen. Het was de glorieperiode van de communautaire partijen VU en FDF, hetgeen leidde tot een sterke polarisatie. Na het mislukken van het Egmontpact in 1978 en de geslaagde campagne “Waar Vlamingen THUIS zijn” was de ontmoediging bij de Franstaligen duidelijk merkbaar. Dit leidde tot een sterke afremming van de inwijking en tot de verhuis van enkele prominente FDF’ers. Een en ander zorgde voor een opmerkelijke terugval van de Franstalige resultaten in 1982. Het heeft derhalve weinig zin dat we vandaag de vergelijking maken met 30 jaar geleden. We mogen ons allerminst aan deze cijfers vastklampen om onszelf wijs te maken dat er vandaag niets aan de hand is.

Overigens passen ook bij de resultaten van vandaag heel wat kanttekeningen. Zo is de zwakke score van UF in Grimbergen in belangrijke mate te verklaren door de ondermaatse prestaties van de Grimbergse UF-verkozenen. De raadsleden kwamen de afgelopen jaren nauwelijks naar de zitting en voerden haast geen campagne.

In Dilbeek heeft de beperkte Franstalige score dan weer te maken met de aanwezigheid van francofiele kandidaten op de VLD-lijst en een grote welwillendheid van burgemeester Platteau t.a.v. de Franstalige inwoners. Ook in Beersel gaat CD&V-burgemeester Casaer er prat op dat hij een hoffelijkheidspolitiek voert t.a.v. de Franstaligen. Enkele VLD-kandidaten voerden er dan weer een intensieve tweetalige campagne.

In het Vilvoorde van Dehaene maken we iets gelijkaardigs mee: anderstaligen worden aan de gemeentelijke loketten geholpen met tolken. En ook in Zaventem (met VLD-burgemeester Vermeiren) durft men een oogje dichtknijpen voor Frans getater aan de gemeentelijke loketten. Zonder deze welwillende houding t.a.v. de Franstalige inwoners zouden de verkiezingsuitslagen er vandaag heel anders hebben uit gezien.

De cijfers van hierboven hebben in ieder geval aangetoond dat men onmogelijk kan poneren dat de electorale verfransing in de eentalige gemeenten rond Brussel onbestaande is of stagneert. Laat staan dat ze beperkt blijft tot ongeveer 14 à 15%.

In Beersel, Sint-Pieters-Leeuw en Tervuren werd de kaap van 20% doorbroken; in Zaventem werd dit resultaat op een haar na gemist. Dit zijn historische records die noch in 1976 noch nadien ooit bereikt werden.

Cijfers van Kind en Gezin hebben aangetoond dat juist in deze gemeenten de bevolking grondig aan het verfransen is. Minder dan de helft van de jonge gezinnen spreekt er thuis Nederlands (in Tervuren 46,3%, in Beersel 43,8%, in Sint-Pieters-Leeuw 40,9% en in Zaventem amper 37,3%).

Het is dus wel juist –en daar kunnen we Deschouwer en Wille zeker volgen- dat deze verkiezingsresultaten niet overeenstemmen met de toenemende instroom vanuit Brussel. Ongetwijfeld zijn er een aantal Franstaligen die Brussel bewust ruilen voor een Vlaamse gemeente en bereid zijn zich te integreren. Maar er zijn ook heel wat andere inwijkelingen, die geen moeite doen om zich aan te passen maar om velerlei redenen geen radicale francofone stem uitbrengen of gewoon niet gaan stemmen. Zonder de gemeente ‘electoraal’ te verfransen, dragen zij toch wel bij tot de snelle ontvlaamsing van de Rand.

In april van dit jaar bewees het Vlaams Belang met concrete cijfers dat de instroom vanuit Brussel in Halle-Vilvoorde in 2004 bijna verdubbeld was ten opzichte van 1995. In die periode was er een netto-instroom van ruim 40.000 Brusselaars in onze regio. Als de trend van de jongste jaren aanhoudt, dan mogen we het komende decennium 60.000 nieuwe Brusselse inwijkelingen verwachten. Dit dreigt het Nederlandstalig karakter van de Rand helemaal onderuit te halen.

In die omstandigheden is het dan ook volkomen verkeerd de indruk te wekken dat “de olievlek niet langer uitbreidt” (De Morgen, 23/11) of dat “de verfransing een ‘illusie’ blijkt” (De Standaard, 24/11). Met dergelijke onzin wiegt men de Vlamingen in slaap, terwijl juist de grootste waakzaamheid geboden is.

5. Mismeesterde cijfers

Onze kritiek kreeg aandacht in De Standaard van 29 november. Daags nadien mocht Deschouwer in een tribune in deze krant onder de titel “De cijfers zijn wat ze zijn” nogmaals komen beweren dat “de nuchtere cijfers” een stijging van het aantal Franstalige stemmen tegenspreken. Zoals we dit van De Standaard gewoon zijn, werd een repliek van mij geweigerd. Daarom ga ik hier wat dieper in op zijn methode.

Eerste punt van kritiek is dat hij alle gemeenten van Halle-Vilvoorde op één hoop gooit en zijn gemiddelden bekomt op basis van het globaal aantal stemmen voor Franstalige en tweetalige lijsten. Wanneer er een instroom is van Oost-Vlamingen in bijvoorbeeld Roosdaal of Opwijk, waar geen Franstalige lijsten opkomen, dan haalt die evolutie het Franstalige percentage dus onrechtstreeks naar beneden. Op die manier wordt de verfransing in de onmiddellijke Rand rond Brussel natuurlijk gemaskeerd.

De belangrijkste kritiek betreft evenwel de mismeestering van de cijfers van Overijse. Een herberekening volgens de methode-Deschouwer leert ons dat zijn percentage Franstalige stemmen van 14,1% in 2006 enkel kan behaald worden als we de stemmen van de tweetalige lijst-Schamp optellen bij de Vlaamse stemmen en NIET bij de Franstalige stemmen. Wanneer we dat laatste wél doen, dan halen de Franstalige lijsten in Halle-Vilvoorde samen 14,9%, een cijfer dat wel degelijk hoger ligt dan het percentage van 1976 (namelijk 14,7%). De stelling van Deschouwer dat de verkiezingsresultaten al 30 jaar schommelen binnen de extreme uitslagen van 1976 en 1982 wordt hiermee onderuitgehaald.

Hiermee wordt ook verklaard waarom de verfransing zich volgens Deschouwer uitsluitend situeert binnen de faciliteitengemeenten. De stijging van de Franstalige stemmen in Zaventem, Beersel, Sint-Pieters-Leeuw … wordt helemaal teniet gedaan door de grote daling (althans volgens de berekening van Deschouwer) van de Franstalige stemmen in Overijse.

Dit vergt wat meer uitleg. In 2000 behaalde de Franstalige eenheidslijst UNION van Overijse 3700 stemmen (27,7%). Op 8 oktober jl. zakte het resultaat van deze lijst (ditmaal onder de naam UF) naar 1780 stemmen (12,7%). De meeste Franstalige stemmen gingen in oktober naar de tweetalige lijst van de rancuneuze oud-burgemeester Schamp (buitengesmeten uit CD&V), die met een deel van de UNION-verkozenen en ex-VLD’ers de tweetalige lijst CDoV-BLAUW-PLUS had gevormd en die 21,7% van de stemmen behaalde. Deze lijst voerde campagne in twee talen; een deel van de propaganda was zelfs eentalig Frans. De lijst behaalde dan ook vooral stemmen bij Franstalige kiezers: vijf van de zes verkozenen zijn UNION-leden (vier raadsleden en de dochter van raadslid Poswick).

Het is derhalve volstrekt onaanvaardbaar dat Deschouwer deze lijst als Nederlandstalig beschouwt en het aantal Franstalige stemmen in Overijse zomaar met 15% laat dalen. Vermits Deschouwer in het verleden de uitslagen van de tweetalige lijsten steevast optelde bij de Franstalige resultaten, had hij dit zeker moeten doen met de lijst-Schamp.

Gaat het hier gewoon maar om een blunder of heeft de professor of zijn assistente hier bewust gemanipuleerd?

6. Verborgen agenda?

In de eerste versie van onze nota hekelden we de desinformatie van Deschouwer. De man is immers allerminst te herleiden tot een brave wetenschapper die in alle onafhankelijkheid sociologische evoluties beschrijft. De man is politiek sterk geëngageerd en heeft zich in het verleden reeds meermaals geschaard achter allerlei unitaristische standpunten. Onder meer ook achter de creatie van een unitaire Belgische kieskring en achter de idee om de normen van de gemeenschappen ondergeschikt te maken aan de Belgische normen.

In zijn tribune van 29/11 ergert Deschouwer zich ten zeerste aan het feit dat wij hem van kwade trouw verdenken. Nochtans kunnen we haast niet anders. Hij blijft immers het licht van de zon loochenen. Hij blijft de electorale verfransing in de Rand anders voorstellen dan ze is. In de faciliteitengemeenten wordt ze overdreven en erbuiten wordt ze helemaal onder de mat geveegd.

Deschouwer daagt de lezer uit om een tekst te vinden waarin hij ooit gepleit heeft voor een uitbreiding van de grenzen van Brussel. Ik wil de VUB-professor zijn voettocht naar Santiago de Compostella besparen, maar met volgend citaat uit De Standaard van 24 november gaf hij toch een fameuze voorzet: “In 1963 hadden deze gemeenten eigenlijk bij Brussel gevoegd moeten worden, de huidige institutionele situatie is dan ook surreëel, maar begrijpelijk vanuit Vlaams oogpunt.”

We blijven het pijnlijk en ergerlijk vinden dat de hoogleraar materiaal hanteert waarvan het waarheidsgehalte met enig cijferwerk gemakkelijk kan doorprikt worden.

Bart Laeremans
Volksvertegenwoordiger
 
 
 
 Tabel I Resultaten UF in Halle-Vilvoorde: Vlaamse verkiezingen versus Provincieraadsverkiezingen
 
              
Vlaams
Parlement   
Provincie
Vlaams-Brabant
Kanton 1995      1999     2004      1994    2000    2006
Meise      6.212     5.023   5.820       6.130   6.493   7.187
 10,6% 8,4%  9,5% 10,5% 10,6% 11,4%
Vilvoorde 2.712     2.198   2.493     2.630   2.880    3.280
5,9% 4,6% 5,1% 5,7% 5,9%   6,4%
Zaventem 14.005 11.795  13.580    15.880 15.525 17.199
26,6%    22,6%   25,6% 29,7% 28,4% 30,7%
Halle        12.640 11.063 14.312     12.055  13.269 16.983
18,1% 15,6% 19,5%  17,1% 18,3% 22,4%
Asse         4.142    3.160    3.600       4.377  4.860 5.373
 4,8%  3,6%  4,1% 5,2%   5,4% 5,8%
Lennik          330      215       478            272     264     539
1,1%  0,7%    1,6% 0,9%  0,8% 1,7%
Totaal 40.041  33.454   40.283    41.344  43.291  50.561
11,7%   9,6% 11,3%  12,1% 12,1% 13,6%
                                                                                                                            

Bemerking bij deze uitslagen: in 1999 (dioxinecrisis) kwamen Agalev en Ecolo gezamenlijk op voor het Vlaams Parlement. Dit verklaart de terugval van de Union-lijst in dat jaar. Nadien stopte deze samenwerking.


Tabel II Resultaten Franstalige partijen in Halle-Vilvoorde bij unitaire kieskring*

Kamer Senaat
Europa
1995       1999       2003     1995       1999    2003      1994     1999     2004
61.423   67.132  70.093  56.825   66.213  73.032  64.108  68.577 73.700
17,57% 19,14% 19,09% 17,26% 18,90% 19,97% 19,22% 19,50% 20,38%

      * De scheeftrekking in Lennik met de buitenland-Belgen werd weggefilterd


Tabel III Uitslagen faciliteitengemeenten 2006 – vergeleken met 2000

                    
Franstalige lijsten Tweetalige lijsten     Nederlandstalige lijsten
Drogenbos       UF 1185 / 6 zetels (+6) DRPLUS 1335 / 8 zetels (-5)     ACC 339 / 1 zetel (-1)
 41,5 (+41,5)    46,7 (-33,8)  11,9 (-7,7)
Kraainem          UNION 5385 / 18 zetels (sq) OPEN 1663 / 5 zetels (sq)
76,4 (+25,7)   23,6 (+1,8)
Linkebeek        ENS 1788 / 10 zetels (+1)  LB 718 / 3 zetels (+3) LINK 482 / 2 zetels (-1)
59,8 (+59,8)   24,0 (-51,9) 16,1 (-8,0)
Sint-Gen.-Rode IC 6812 / 17 zetels (+1) R&R 192 / 0 zetels  SAMEN 3649 / 8 zetels (-1)
 63,9 (+2,9)  
 1,8 (+1,8)    
 34,3 (-4,7)
Wemmel            IC 2357/ 6 zetels (+6) LB 4066 / 11 zetels (-6) WEMMEL 2054 / 5 zetels (sq)
25,2 (+25,2) 43,4 (-17,7)  21,9 (-1,8)
VL. BELANG 889 / 1 zetel (sq) 
9,5 (+2,2)
Wez.-Oppem LB 5855/18 zetels (+2)  -  (-4)   OPEN 1852 / 5 zetels (+2)
76,0 (+18,2)   0 (-25,2)  24,0 (+7,0)
Totaal 24.100 (59,3%)   5.932 (14,6%)  10.589 (26,1%)
78 zetels (+16)  20 zetels (-16)   26 zetels (sq)*
                                             
                                
 * Vlaamse lijsten: 26% van de stemmen, 21% van de zetels

Tabel IV De Franstalige lijsten in de andere Vlaamse gemeenten rond Brussel *

2000 
Stemmen
 %
Zetels
2006
Stemmen
Zetels
Beersel  2776 18,6 6 3116    20,0 5
Dilbeek     3698    14,3 5 3990    14,8 4
Grimbergen 2836    12,8 4 2991    13,1 4
Hoeilaart  842 14,2 2 994  16,3 1
Sint-Pieters-Leeuw 3264    17,3 5 4186     21,2 7
Tervuren  1819 16,8 4 2347     20,7 6
Vilvoorde  2200     10,4     3 2567    11,3     3
Zaventem  2546    16,1 3 3295    19,7 4
Totaal Franstalig  19.981  14,8  32 24.207  17,0   34
Totaal geldig  135.456  142.005
Bij abstractie Tervuren
Totaal Franstalig 18.162 14,6  28 21.860   16,7 28
Totaal geldig 124.632 130.669
                                    

* We nemen twee gemeenten niet in rekening.
  1. Steenokkerzeel, waar voor het eerste een Franstalige lijst opkwam, die 3,3% van de stemmen behaalde. Een vergelijking met vroeger is dus niet mogelijk;
  2. Overijse, waar oud-burgemeester Schamp (ex-CD&V) en een aantal ex-VLD’ers opkwamen met een aantal zogeheten “gematigde” Franstaligen (voormalige verkozenen van de lijst Union, die plots beweerden het Vlaams karakter van Overijse te erkennen. Deze lijst behaalde 21,7% van de stemmen halen en zes zetels. Maar dit bleek vooral dank zij Franstalige stemmen. Union daalde immers met 15% (van 27,7 naar 12,7) en vijf van de zes verkozenen waren Franstaligen. De ex-VLD’ers vielen er allemaal van tussen. Omdat het onmogelijk is te berekenen welk aandeel de Franstalige kiezers hebben in deze lijst, laten we deze buiten beschouwing.

In de plaats van Overijse nemen we de gemeente Tervuren uit het arrondissement Leuven, die wat vergelijkbaar is met Overijse, maar een kleiner aantal Franstalige gekozenen telt.